Skip to main content

Posts

De noodzaak om met één stem te spreken – een gesprek met de Palestijnse politicoloog Assad Ghanem

  Door Carl Stellweg Hij is al vele jaren docent aan een universiteit van een land dat hem vijandig gezind is. Hem, én zijn boodschap, die luidt dat hij in een apartheidsstaat leeft, en dat die staat beter kan wijken voor een democratische, multi-etnische eenheidsstaat.  Haast nodeloos te vermelden dat zionistische waarschuwingssites hem afschilderen als een man die Israel wil vernietigen. Onlangs maakte hij zich nog minder geliefd met zijn open brief aan de Oekraïense president Volodymyr  Zelensky, die hij schrobbeerde voor diens steun aan Israel en foute vergelijking tussen Oekraïne en Israel.  Als wij hem even onder vier ogen mogen spreken na een met hoop en wanhoop vermengde voordracht in het Centrum Al-Quds in Rotterdam, ligt de eerste vraag voor de hand: hoe handhaaft zo’n man zich in een dergelijke arbeidsomgeving ? ‘Het valt niet altijd mee,’ erkent Assad Ghanem, Associate Professor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Haifa, met een glimlach. ‘Ee...

Boomers bestaan echt, Maarten van Rossem is het prototype

  De klachten over de kreet  OK boomer  zwellen al een hele tijd aan. Polariseert! Stigmatiseert! Discrimineert!  Verbindt  niet! Maar zal ik, 63-jarige, jou eens wat zeggen, boomer? Van mij mag hij, die kreet. Ik gebruik hem zelf weliswaar met mate, al was het maar omdat ik vanwege mijn leeftijd dan dikwijls ‘joh, je bent zelf een boomer’ naar het hoofd geslingerd krijg, maar ook omdat kreten hun kracht verliezen wanneer je er te kwistig mee strooit. Wat me desondanks aan  OK boomer   bevalt, is dat hij de terugkeer van het generatieconflict  suggereert. Dat zou namelijk een zegen zijn. Géén zegen was wat we de afgelopen tientallen jaren hebben gezien: ouders en kinderen die oppervlakkige vriendjes van elkaar waren geworden om samen ongestoord te kunnen delen in het comateuze consumentenparadijs waarin onze samenleving  was uitgemond. Begrippen als ‘burgerzin’, ‘verantwoordelijkheid’ en ‘opvoeding’ verdwenen naar de achtergrond omdat ze in g...

Kattengrafsteen

  Een willekeurige vensterbank, en daar zie ik hem. Natuurlijk is hij niet anders dan de anderen, maar natuurlijk sta ik toch stil, om hem eer te bewijzen, kijk hem aan, en hij knijpt zijn oogjes even dicht, kijkt vervolgens langs mij heen Het zal eens een keer niet zo zijn dat mijn aanwezigheid hem bodemloos diep om het even is. Biodiversiteitsvernietiger van achtertuintjes. Uitvinder van de luiheid. Teerbeminde van ons allen. Volmaakt leeghoofdig heerser over menig mensenhart. Al in de oudheid knielden wij voor jouw kleine genadeloze troon. Het snoezigste kwaad, dat ben jij. Jij bent onze troost, want jij bent Schoonheid. Jij bent ons ideaal, ons idool. Slapen en slachten: je killersleventje in een notedop. Ach jij, teder doerakje. Blijf wat je bent. Jij bent helemaal wat je bent. Het ondeelbare zijn is wat je bent. Dolce far niente e assasinare zou passen op elke kattengrafsteen die slechts weinigen van jouw soort beschoren is omdat we je meestal toch als een kreng ...

Een kort stukje over geluk (het mijne)

  Het hoge woord moet er maar eens uit: hoewel dikwijls humeurig, chagrijnig, melancholisch, cholerisch, over de hele linie pessimistisch, soms zeer cynisch, mij scherp bewust van alle gevaren die onze beschaving bedreigen en van alle ellende waarvan de wereld is doortrokken, en beroepshalve daar al jaren bij betrokken bovendien, doet dat alles niets af aan het volgende schaamteloze feit: ik ben gelukkig met het bestaan en alles wat het mij biedt. Elke minuut. Nee, elke seconde. Elke tel. Ik kan er niet omheen. Ik geneer me rot, maar ik ben intens dankbaar voor het leven zelf, al heb ik geen idee wie of wat ik eigenlijk bedanken moet. Leven: ik heb er kennelijk een vanzelfsprekend talent voor, ik ben waarschijnlijk wat men een zondagskind noemt. En dat wordt niet minder met het ouder worden, eerder meer. Ik verstar niet met de jaren, maar voel me juist almaar vrijer. Misschien is mijn geheim dat ik niets van dit alles ooit voor vanzelfsprekend heb genomen, en diep besef hoe bevoo...

Storm

  Hoe hij haar lokken optilde en zijn brandschone handen op haar gezicht legde. Haar tranen afdwong en weer wegtoverde. De versluierde aftekening van het begeerde lichaam in die simpele kleren: hoe hij het daarin verborg en het toonde tegelijk. Geschrokken en geroerd nam ik dit alles waar. De storm doet wat met je bedacht ik als je er in blijft staan rechtop kin omhoog vind je altijd iets van je onschuld terug. Je kleren klampen zich aan je vast en houden samen met jou dapper stand. We kenden elkaar al best lang. Zeker een week of twee maar dit was opnieuw nieuw. De onbereikbare was ineens als ik was net zo onbeschermd als ik en dat was niet de afspraak. Het was te ver met ons gegaan.  Hoe kwamen wij hier waar alleen  die heerszuchtige rukwind huishield? Was er geen weg terug of geen weg vooruit? Hoe konden we elkaar redden van onszelf en elkaar en weggaan en uit elkaars armen blijven of  vooral niet uit elkaars armen blijven en toch heel en toch onbeschermd blijven?...

Proficiat

  Je bent het zo beu om maanden aan een stuk een hart te breken te kamperen in die zijkamer zo beu nachtelijk geween steeds door de muur de vreugdeloze lome vangarmen van de schuld haar laatste restje hoop dat je geen genadeslag gunt klotsend door de dagen klotsend door de dagen de vereiste  verplichte pose overtuigde pose  van de eenzaat de kroeg altijd die kroeg alles alles beu een nieuw huis is alles wat je vraagt een nieuw huis een nieuw begin en dan – dan krijg je wat je vraagt Proficiat: weg kun je nu uit die zijkamer vol bedorven schuld weg van haar gebroken hart dat je zo grieft. Op nu naar een nieuw zelf een nieuwe versie van jezelf. Wat dacht je van: een zoeter schuldcomplex? Een bekoorlijker gebroken hart? Een ruimere zijkamer zelfs, lijkt je dat wat? Hoe dan ook: proficiat. ©Carl Stellweg

Love shack

  Stel je voor: klein eiland van regen en wind diep in de Noordzee, meer schapen dan mensen, meer mensen dan bomen Drie uur varen twee keer per week met goed weer Langs de eenbaansweg met kuilen een oude, godverlaten keet Eenvoudige vraag: waarom zo'n bouwsel daar? Zeg, wat is dat voor keet? En wat dacht je? Geen sterveling die het weet. Heeft ook een keet een soort van bestaan? Wie bevolken dat dan, behalve schapen, herders, tractoren, konijnen, meeuwen die komen rusten op zijn gammele dak? Hebben ooit in de keet geen jongen en meisje gevreeën, heel stiekem gevreeën, jongen en meisje die allang zijn vertrokken naar een wereld vol kleur en beweging, gedroomde wereld van handel en winsten en fortuin dat bleef groeien, van bezit en van aanzien en succesvol kroost met titels en sterke liefde van echtelieden die de mooie oude glans der jaren verdiende? Misschien zijn ze ellendig getrouwd in een vergeten provinciestad en drijven ze daar een schamele nering of beulen ze zich dag e...